Wist je dat?


 Reactie Ieder(in) & Mobility.


In december 2019 is de internetconsultatie gestart voor de wijziging van de Participatiewet voor verbeteren van de ondersteuning van mensen in de bijstand. De wijziging is inmiddels bekend geworden met de noemer ‘Passend aanbod’. Ieder(in) reageert op deze consultatie, omdat het een belangrijk onderwerp is voor onze achterban, mensen met een beperking of chronische aandoening.
De intentie van de voorgestelde wetswijziging vindt Ieder(in) positief, omdat het persoonlijke aandacht voor iedereen in de bijstandsregeling verplicht. Het is ongewenst als mensen onopgemerkt blijven in deze regeling. Ieder(in) vindt het ook positief als de persoonlijke aandacht, in de vorm van een gesprek, gericht is op een passend aanbod in de brede zin (ook mantelzorg of vrijwilligerswerk) en waar mogelijk in de sfeer van ontwikkeling en activering.
In algemene zin wil Ieder(in) benadrukken dat de voorgestelde wetswijziging niet los staat van alle andere voorgestelde wetswijzigingen, die de positie van menen met een arbeidsbeperking raken. Bijvoorbeeld de harmonisering van de Wajong en het Breed offensief. Al deze wijzigingen zetten we af tegen de uitgangspunten van het VN-verdrag handicap.
Bij het voorliggende wetsvoorstel heeft Ieder(in) een aantal belangrijke opmerkingen. Deze worden ondersteund door reacties van onze achterban. De namen zijn hiervoor aangepast in verband met privacy.

  1. Mensen met een beperking of chronische aandoening hebben een eigen aanpak nodig
    Mensen met een beperking of chronische aandoening hebben te maken met (een combinatie van) complexe problemen. Dit vraagt iets anders dan een verplichtend aanbod (een ‘tegenprestatie’) om op de uitkering te kunnen korten of schrappen. Er moet juist een goed begeleidingstraject komen om deze mensen naar werk te helpen. Bovendien geldt dat een beperking of chronische aandoening niet verdwijnt, ook niet met (financiële) prikkels. Er is een eigen aanpak nodig die
    rekening houdt met de (lang durende) aard van de beperking of aandoening en daardoor ook langdurige ondersteuning, indien nodig. Daarbij moet de verplichting van een passend aanbod leiden tot een betere situatie voor mensen met een beperking. Het wegnemen van beperkingen in de samenleving door een aanbod op maat past bij de inclusieve arbeidsmarkt en uitgangspunten van het VN-verdrag. Ook niet uitkeringsgerechtigden (Nuggers) moeten op eigen verzoek een gesprek over een passend aanbod krijgen.
    Nina: Een randvoorwaarde is hier dan ook voornamelijk een mentaliteitsverandering bij beleidsmakers en uitvoerders. Van mét de burger/uitkeringsgerechtigde in plaats van tegen, onder druk zetten en uitgaan van onwil.
    Ieder(in) stelt voor om ‘passend aanbod’ voor mensen met een beperking of chronische aandoening (inclusief Nuggers) expliciet te onderscheiden in het wetsvoorstel.
  2. Het ontbreekt aan een garantie voor een gelijkwaardig gesprek
    Een gesprek over een passend aanbod moet plaatsvinden vanuit gelijkwaardigheid. Het mag niet zo zijn dat iemand zich gedwongen voelt om het ontvangen aanbod als passend te accepteren. Er is ook sprake van een zorgplicht bij gemeenten. Een passend aanbod moet daarom ook kunnen bestaan uit een combinatie van mantelzorg en vrijwilligerswerk.
    Omdat er sprake is van mensen met een grote afhankelijkheid van de bijstandsregeling, ontstaat snel het risico dat mensen een gesprek over passend aanbod als dwingend en verplichtend ervaren. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als iemand niet instemt met het plan, omdat het volgens hem of haar niet passend is. Wie toetst of het aanbod passend is en wat is goede ondersteuning? Dit lijkt nu een afspraak tussen klantmanager en klant te worden. Deze positie is niet gelijkwaardig.
    Ruth: Daarnaast staat nergens wie kan bepalen wat een passend aanbod is voor een specifiek persoon en hoe dit zich in de toekomst zal ontwikkelen. Zeker voor mensen met progressieve/ fluctuerende in ernst/beperking (zeldzame) chronische aandoeningen kan dit een probleem zijn. Weinig kennis van ontwikkelingspsychologie, medische beperkingen en alle mogelijkheden voor participatie kan leiden tot een onjuist dwingend plan, die uiteindelijk juist de gezondheid en weerbaarheid van een persoon kan aantasten.
    Ruth: Zorg dat de bijstandsgerechtigden leidend zijn in hun plan en neem een ondersteunende rol aan, zonder drang of dwang.
    Ieder(in) pleit voor wettelijke garanties op een gelijkwaardig gesprek. Bijvoorbeeld door een eerste gesprek altijd plaats te laten vinden met aanwezigheid van een onafhankelijke cliëntondersteuner. Verplicht het aanbieden en de beschikbaarheid van onafhankelijke cliëntenondersteuning door gemeenten. Er moet ook gecontroleerd worden of iemand begrijpt wat er wordt afgesproken. Vervolgens kan de persoon zelf (indien nodig met hulp van deze ondersteuner) een plan opstellen.
  3. De financiële ruimte voor goede gesprekken is onvoldoende
    De wettelijke verplichting om iedereen in de bijstandsregeling (in de vorm van een persoonlijk gesprek) een passend aanbod te doen, betekent extra werk voor de gemeenten. Voor dit extra werk komen geen extra financiële middelen beschikbaar. De wetswijziging is immers budgetneutraal. Dit is een belangrijk zorgpunt van Ieder(in): de kwaliteit van het gesprek is cruciaal om tot goede afspraken te komen over een passend aanbod. De praktijk leert dat slecht voorbereide en slecht gevoerde gesprekken daadwerkelijk plaatsvinden. Deze zijn zeer schadelijk zijn voor de mensen in de bijstandsregeling met wie dit gesprek gevoerd wordt. De financiële beperking mag de route naar een passend aanbod niet belemmeren.
    Ruth: ik begrijp de gedachte achter deze maatregel, maar vanuit elk perspectief die ik kan bedenken zal dit meer nadelen dan voordelen opleveren voor alle betrokkenen. Wanneer deze maatregel een claimbaar recht zou zijn, dus waarin de cliënten de regie hebben, zou ik het een goed idee vinden. Intrinsieke motivatie werkt immers beter voor iedereen dan dwang.
    Ieder(in) vindt het noodzakelijk dat, vanuit een uniforme kwaliteitsstandaard, goed gekeken wordt naar het extra werk dat ‘passend aanbod’ vraagt van gemeenten. Voor dit extra werk moeten de persoon leidend zijn en financiële middelen volgen.